Herdenkingen in Opsterland

Ieder jaar staan we tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Om 20.00 uur is het in heel Nederland twee minuten stil. 

Namens het gemeentebestuur van Opsterland waren burgemeester Andries Bouwman en de wethouders Durk Durksz, Rob Jonkman, Marcel van Opzeeland en Libbe de Vries deze avond aanwezig  bij de herdenkingen in Wijnjewoude, Beetsterzwaag, Tijnje, Langezwaag en Gorredijk. 

Allen benadrukten het belang van blijven herdenken. Over een paar jaar zijn er geen directe getuigen meer van de Tweede Wereldoorlog. Ook stonden zij stil bij de gebeurtenissen die tijdens de oorlog in de dorpen hebben plaatsgevonden. 

Burgemeester Bouwman sprak onlangs met Joke Boonstra-Nust, die de oorlog als jong meisje in en rond het dorp heeft meegemaakt. Het zijn verhalen die iedere keer weer diepe indruk maken. Maar de mens is ook hardleers, constateerde Bouwman. Ook nu klinkt op veel plekken in de wereld het wapengekletter. 

“We staan vandaag letterlijk bij de graven van hen die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Maar als we naar de wereld van vandaag kijk dan zie ik  enorme onvrede, verruwing en weer heel veel oorlog. Ik zie beelden en verhalen van mensen die, net als 81 jaar geleden, worden onderdrukt, opgesloten in gevangenissen, vermoord. Ik zie dat volken worden verdreven, steden worden weggevaagd. Ik zie tirannen opkomen die met spierballentaal het vuur van de haat doen oplaaien. Ik zie een groeiend geloof in de onwaarheden die ons worden voorgeschoteld en hoe we worden ontmoedigd om zelf te zoeken naar waarheid.

Maar bovenal zie ik vergetelheid. We zijn vergeten dat we deze ellende al een keer hebben meegemaakt. Dat het geweld, de chaos, het schreeuwen dat 81 jaar geleden in Nederland heeft plaatsgevonden, nu plaatsvindt in Oekraïne, Libanon, Gaza, Iran, Sudan en nog vele, vele plekken in de wereld.

We zijn vergeten om bewogen te zijn, we zijn vergeten ons in te leven in de ander. Want dat is het tegengif van al het kwaad: bewogen en oprecht geïnteresseerd zijn in de ander. We vinden het erg wat er in de wereld gebeurt, maar halen vaak ook onze schouders op. We kijken liever niet meer naar het nieuws. En daar zit het gevaar op herhaling van wat er gebeurd is in de jaren voor, en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Want als we onze schouders ophalen, als we niet alert zijn op de veranderingen die plaatsvinden, als we die veranderingen niet kritisch benaderen, dan overzien we uiteindelijk niet hoe groot de gevolgen kunnen zijn.

Marcel van Opzeeland sprak bij het oorlogsmonument in Langezwaag. “De namen op de plaquette herinneren ons eraan dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Achter die namen schuilen levens, verhalen, gezinnen en dorpen die geraakt zijn door oorlog. Ze maken duidelijk dat de geschiedenis niet iets is wat alleen in boeken bestaat, maar iets dat hier, op deze plek, nog altijd voelbaar is. Herdenken helpt ons te beseffen wat er op het spel staat wanneer vrijheid verdwijnt. Het gaat niet alleen om het verleden, maar ook om het besef van nu.”

Wethouder Libbe de Vries haalde in Gorredijk herinneringen op aan zijn jeugd. Hoewel hij zelf de oorlog niet heeft meegemaakt, was de oorlog thuis altijd aanwezig, vertelde hij. “Yn lytse saken. Yn sunigens. Yn ferhalen. Myn âlders, heit en mem – Roel en Tryntsje – sieten yn it ferset. Se binne de oarloch goed trochkaam, al hie dat likegoed oars kind.’’ 

Wij allen zijn de erfgenamen van de geschiedenis, aldus De Vries. “En dêrmei drage wy ek in ferantwurdlikheid. Want wy wolle net allinnich begripe hoe’t it barre koe. Wy moatte ús ek ôffreegje wêrom’t it noch hieltyd bart. Wêrom wurde minsken noch hieltyd ferfolge om wa’t se binne? Wêrom litte maatskippijen it op ’e nij sa fier komme?”

Oorlog voeren is nooit de oplossing, stelde wethouder Durk Durksz in Beetsterzwaag. “It leed wat minsken elkoar op'e wrâld oandogge moat stopje. It liket wol as dat de hiele wrâld yn brân stiet. Oarloch is nea is oplossing. Bliuw mei elkoar yn petear, hoe't jo ek fan miening ferskille. En betinke mei nea stopje. Hjoed betinke en moarn fiere wy de frijheid!’’ 

Volgens wethouder Rob Jonkman, aanwezig in Tijnje, heeft het vieren van vrijheid voor iedere generatie weer een andere betekenis. Bovendien blijkt uit onderzoek dat naoorlogse generaties grote waarde hechten aan herdenken en vieren. 

Dankzij de overtuiging, moed en inzet van velen, en ook met de hulp van anderen, kon in de periode 40-45 de tirannie worden verdreven, aldus Jonkman. “Door de vrijheid te spiegelen aan andermans ervaringen van onvrijheid, onderdrukking en bezetting, wordt duidelijk dat vanzelfsprekende vrijheid permanente inspanning vereist.’’