Allardsoog: waar licht en herinnering samenkomen

Vandaag stonden we in Allardsoog samen stil bij wat hier 81 jaar geleden gebeurde. Leerlingen van groep 7 en 8 van Skoalle De Dúnwizer organiseerden de jaarlijkse herdenking bij het verzetsmonument. Het was een indrukwekkend en warm samenzijn met dorpsbewoners, nabestaanden en andere belangstellenden.

Op weg door het bos naar de herdenkingsplek stonden leerlingen langs de route met zelfgemaakte werkstukken. Ze vertelden de bezoekers over hun thema: licht en donker. Donker stond voor oorlog, geweld en het kwaad en Licht stond voor vrede, hoop en de mensen die in moeilijke tijden het goede doen. De werkstukken maakten veel indruk. En heel bijzonder, ze sloten heel goed aan bij de toespraak van de burgemeester, die ook sprak over licht tegenover duisternis.

Bij het monument lazen de leerlingen gedichten voor en legden zij een krans. Samen stonden we stil bij de tien mannen die hier in april 1945 zijn omgebracht. Burgemeester Andries Bouwman vertelde hoe het dorp Bakkeveen in 1945 met grote zorg en respect omging met de slachtoffers. Dorpsgenoten haalden de lichamen uit de grond, wasten en verzorgden hen en gaven hen een waardig afscheid.
De kisten waren versierd met witte narcissen en krentebloesem; symbolen van nieuw begin en hoop.

De burgemeester benoemde dat er in de wereld vandaag nog steeds oorlog en onrust is. Daarom is het belangrijk dat we blijven omzien naar elkaar.
Hij vertelde dat bewogenheid het antwoord is op haat en geweld: zorgen voor de ander, ook als je die persoon niet kent. Net zoals Bakkeveen dat toen deed.

Alle leerlingen kregen een narcis mee naar huis. Deze bloem staat voor herinnering aan de tien mannen, aan deze plek en aan de kracht van menselijkheid. De burgemeester vertelde: deze bloem verwelkt, maar de narcis komt elk voorjaar terug. Je ziet ze terug in een vaas thuis op tafel of ze staan in de berm als je langs fietst. Hij zei daarbij: denk dan even terug aan wat deze mannen is overkomen. Het is een klein teken dat helpt om te blijven herinneren.

Opdat wij niet vergeten. En opdat we blijven werken aan een toekomst waarin we goed voor elkaar zorgen.

Toespraak van de burgemeester

Herdenking Monument Allardsoog

Goedemorgen dames en heren, jongens en meisjes,

“Wij staan thans aan dit graf in grote bescheidenheid en in grote bewogenheid tegenover hen, die strijders zijn geweest, niet nog met de wapenen, maar met de geest. Hier liggen zij, die in conflict moesten komen met de machten, welke ons deze afgelopen jaren beheerst hebben, omdat zij geloofden aan God en dus aan een hogere macht; omdat zij als kunstenaar niet leven konden onder de dwingerlandij van de geest of omdat zij streden voor onze Nederlandse onafhankelijkheid. Wij blijven hen gedenken en zullen trachten in hun geest te leven en aan de toekomst te bouwen.”

Deze woorden sprak mijn voorganger, burgemeester dr. H.G.W. van der Wielen, op de begrafenis van negen van deze tien mannen in Bakkeveen. Het moet een indrukwekkende, plechtige dag zijn geweest, een dag die zich diep in het geheugen van Bakkeveen heeft gegrift.

Ter voorbereiding op deze herdenking heb ik de speciale editie over de executies in het Mandeveld in het tijdschrift van de historische vereniging Bakkeveen Ald Bakkefean weer gelezen. De beschrijving van de slachtoffers, het bizarre verhaal van het eerste transport met de ontsnapping van Schuringa en dat weer terugkeerde naar Groningen. Het tweede transport de volgende dag, aangevuld met Hendrik Werkman die de plek van Schuringa moest innemen, en de uiteindelijke executies door de uiterst wrede politieagent uit Amsterdam, Pieter Schaap, die gedurende de oorlog toegetreden was tot de Germaansche SS en er groot genoegen in had om joden en verzetsmensen op te sporen en af te beulen. Hij liet niet de soldaten het klusje opknappen, nee, hij heeft ze persoonlijk één voor één doodgeschoten. Het is niet voor te stellen wat een agressiviteit er in deze man gezeten moet hebben. En bij het lezen viel ik weer stil bij het besef dat deze eruptie van geweld in mijn vredige Opsterland heeft kunnen plaatsvinden.

Wat mij dit jaar bijzonder raakte, was de beschrijving van de opgraving en de begrafenis, zoals vastgelegd door Theo Alberda, de zoon van de hoofdonderwijzer. In het verslag lezen we hoe het dorp Bakkeveen zich bewogen bekommerde om deze mannen. Hoe het dorp de lichamen uit de aarde haalde, de kleren waste, de lichamen met al hun verwondingen verzorgde en ze waardig kistte. Ik werd getroffen door de beschrijving van de zaal en de bloemstukken op de kisten. De zaal was getooid met witte narcissen en krentebloesem, en op de kisten die bedekt waren met rood-wit-blauwe vlaggen lag een bloemstuk van narcissen en larixtakken. De waardigheid, eerbied en sereniteit die uit dit beeld spreken, zijn zo respectvol, zo bijzonder. Het is zo tegenovergesteld aan het geweld, de chaos, het schreeuwen van wat er slechts een paar dagen eerder hier plaatsvond.

De narcis en de krentebloesem, tekenen van een nieuw begin, van een nieuw leven. Het zijn een van de eerste bloeiers aan de sloot- of de bosrand. Ze laten zien dat de winter achter ons ligt en dat er nog zoveel moois op ons wacht.

En dan kijk ik naar de wereld van vandaag. Daar zie ik oorlog, zoveel onvrede, verruwing. Ik zie verhalen en beelden van mensen die, net als 81 jaar geleden, worden onderdrukt, opgesloten in gevangenissen, vermoord. Ik zie dat volken worden verdreven, steden worden weggevaagd. Ik zie tirannen opkomen die met spierballentaal het vuur van de haat doen oplaaien. Ik zie een groeiend geloof in de onwaarheden die ons worden voorgeschoteld en hoe we worden ontmoedigd om zelf te zoeken naar waarheid.

Maar bovenal zie ik vergetelheid. We zijn vergeten dat we deze ellende al een keer hebben meegemaakt. Dat het geweld, de chaos, het schreeuwen van wat hier op deze plek heeft plaatsgevonden, nu plaatsvinden in Oekraïne, Libanon, Gaza, Iran, Sudan en nog vele, vele plekken in de wereld.

We zijn vergeten om bewogen te zijn. Want dat is het tegengif van al het kwaad: bewogen zijn. Het dorp Bakkeveen was bewogen. Het deed wat het moest doen. Zorgen voor die ander, een ander die in dit geval voor iedereen in het dorp wildvreemd was en zelfs niet meer leefde. Ze deden het in stilte en met waardigheid. Niet een snelle identificatie en herbegrafenis. Nee, ze lieten een compleet tegenovergesteld beeld zien. Duizenden mensen achter de platte karren waarop de kisten stonden, met daarin de gewassen en verzorgde lichamen en daarbovenop de kransen van narcissen en krentebloesem als tekenen van bewogenheid en respect voor de ander en het offer dat zij hebben gegeven voor onze vrijheid.

Beste jongens en meisjes, weten jullie wat wij als mensen het allermoeilijkste vinden? Iets onthouden. Wij vergeten zo ontzettend snel iets. Je bent vast wel eens je broodtrommel vergeten, of je fietssleutel kwijt. Maar ik wil jullie helpen om één ding nooit meer te vergeten.

Jullie krijgen van mij allemaal een narcis.

Deze narcis is een herinnering aan wat hier 81 jaar geleden is gebeurd. Aan de tien mannen die hier zijn omgebracht. Maar ook aan de bewogenheid van het dorp Bakkeveen. Aan het respect dat het dorp toonde. Aan de keuze om menselijkheid te laten spreken, juist toen het donker was.

Deze narcis zal verwelken. Je zult hem weggooien. Maar elk voorjaar, je hele leven lang, zul je narcissen zien langs de weg.

En ik vraag je:

Denk dan aan deze plek.

Aan deze mannen.

Aan dit verhaal.

En doe net als het dorp waarin je opgroeit: wees bewogen, zorg voor de ander, ongeacht of je hem of haar leuk vindt. Het is de opdracht die wij met dit monument en de narcis als herinneringsteken hebben uit te voeren.

En dames en heren, dat geldt voor ons allemaal.

Opdat wij niet vergeten. Of om met mijn voorganger burgemeester Van der Wielen te spreken:

“Opdat wij hen blijven gedenken en zullen trachten in hun geest te leven en aan de toekomst te bouwen.”

Dank voor uw en jullie aandacht.

Meer informatie

Heeft u nog vragen?

Neem dan contact op met het Publiekscentrum

Gemeente Opsterland