
1961: De Paapsche Leer, een huis met een bijzondere naam
De ‘schat uit het archief’ gaat deze keer over de tekeningen gemaakt in 1961 door de ‘Rijksdienst voor Monumentenzorg’ van een bijzonder pand en de historie daarvan. Paapsche Leer, ook wel bekend als de Paapse Leere, Paepsche Leere of Paapse Leer, stond in Ureterp aan de Vaart zuidzijde 2, nabij het Ureterper Verlaat, tussen de Paapsche Leerewijk en de Haukewijk. Op oudere kaarten van omstreeks 1800 staat bij de plek aangegeven ‘Roomsche Leer’. Bij het huis hoorde een stuk greideland, genaamd de “Paapsche Leere-kamp”. De naam spreekt nog steeds tot de verbeelding. In de wijde omgeving kende men het pand.


Bouwhistorie
Het bouwjaar van het arbeidershuis was 1766, volgens de muurankers op de voorgevel in de schoorsteen. Het pand bestond uit een laag met een zadeldak. Een bijzonder detail in de architectuur van het huis waren de zandstenen engelenkopjes in basreliëf op de gevelhoeken. De platte aanbouw had als versiering een gebeeldhouwde deurkalf, met daarop een eekhoorn met een paar takjes. Het voorhuis was gedekt met holle, geglazuurde pannen en de topgevel had boerenvlechtwerk. De aanbouw stamde uit een latere periode, jaren ’20, af te lezen aan de gebruikte baksteensoort, Gronings rood. In elk geval was dit deel al aangebouwd voor 1927, toen Jan Planting een tekening maakte van het huis. Ook de muren van het pand zelf bestonden uit diverse typen baksteen van een latere datum dan 1766.
De gevelsteen
Een ander bijzonder aspect van het huis was de gevelsteen, die ouder was dan het huis zelf. De gevelsteen had een afmeting van 50 x 80 cm. Het bevatte een Latijnse tekst en wapenschilden van de adellijke families Emingha en Van Roorda. Het wapen stelde een vrouwenhoofd voor en een tak met drie appels. De familiewapens waren eruit gehakt, dit is waarschijnlijk in de Franse tijd gebeurt.
De vertaling van de Latijnse tekst is als volgt:
‘Deze poort, die Parchia van Roorda, de weduwe van den edelen Pibo van Emegha, in het jaar 1630 begon te bouwen, nadat de eerste steen was gelegd door de jeugdige Pibo van Aggama, een kleinzoon van de genoemde Roorda, is onlangs opgetrokken en in deze vorm voltooid’.
De gevelsteen uit 1639 komt mogelijk uit het poortgebouw van de stins van de familie Roorda, de Roordaburg in Franeker, en is later in de muur gemetseld. Pybe van Eminga (van Schingen) was een zoon van Syds van Eminga en Catharina van Roorda. Hij overleed 10 januari 1611. Hij was getrouwd met Perck (hierboven Parchia genaamd) van Roorda, dochter van Sybrant van Roorda en Teth van Goslinga. Ze woonde in 1636 als weduwe op de Roordaburg onder Franeker en overleed op 18 augustus 1643. Ze bezat in die tijd diverse stinzen, waaronder de Rintjema State in Oostrum en de stins ‘oppa Dyck’, ook bekend als de Grote Flaren, in Tzum.
Na de Reformatie is de Roordaburg lange tijd een schuilkerk geweest voor de rooms-katholieken die in de streek rond Franeker trouw bleven aan hun godsdienst. Perck van Roorda was lid van De Broederschap van de Heilige Rozenkrans te Leeuwarden. Dit was een katholiek genootschap dat teruggaat tot in de middeleeuwen. Vermoedelijk hebben de katholieke Perck van Eminga-van Roorda en haar moeder Teth van Roorda-van Goslinga tussen 1580 en 1640 zorg gedragen voor de schuilkerk op hun stins de Roordaburg. Ook in stemkohieren uit 1832 staat bij de Van Eminga’s ‘papist’ genoemd, dit was familie van Perck die toen op stins ‘oppa Dyck’ woonden. Ook daaruit blijkt dat deze familie de Rooms-katholieke leer trouw bleef door de eeuwen heen.
Hoe kwam de gevelsteen in Ureterp?
Hoe de gevelsteen zijn weg heeft gevonden naar Ureterp aan de Vaart blijft raadselachtig. Het verhaal gaat dat een schipper die terpaarde vervoerde de gevelsteen heeft meegebracht. De Paapse Leer zelf is geen poort of poortgebouw geweest. Een andere bron stelt dat de steen een poort van een herenhuis of slot in Siegerswoude versierd had. Ook de gebeeldhouwde deurkalf boven het venster in het nieuw aangebouwde deel zou afkomstig zijn uit Siegerswoude. Van een slot of herenhuis in Siegerswoude zijn tot nu toe geen sporen gevonden.


Trouw aan het geloof
Over het huis zelf deden veel legendes de ronde. De naam gaf aanleiding tot vele verhalen. Dat het met het verdwijnen van het kloosterleven in Smallingerland en Opsterland ook afgelopen was met het katholicisme, is onwaarschijnlijk. Aan de grotendeels verdwenen oude weg tussen Smalle Ee over Drachten naar Ureterp zou tot in de negentiende eeuw een kapel hebben gestaan, die gewijd was aan Sint Bonifatius. Er wordt wel gezegd dat dat op de plek van dit huis was. Bonifatius was een van de belangrijkste Angelsaksische missionarissen en kerkhervormers in het Frankische Rijk. Slechts enkele Drachtsters wisten deze plek aan te wijzen en nog lang hebben, aldus de overlevering, gelovigen die trouw bleven aan de katholieke kerk gekerkt in het boerderijtje aan de Ureterper-Verlaat, de Paapsche Leer. Misschien kwam er in de hervormingstijd wel een ‘kleine roomse gideonsbende’ bijeen op deze plek; er zouden ook twee kapelaans hebben gewoond. Het huis deed waarschijnlijk dus ooit dienst als kapel voor de minderbroeders die er godsdienstoefeningen hielden voor hen die de Rooms-katholieke kerk trouw bleven toen de kerk gesloten was, of er stond op deze plek een kapel. Het is bekend dat de families Van Roorda en Emingha niet met de hervorming meegingen en dat er rond 1640 nog enkele papisten in Ureterp en omgeving woonden. Tussen 1800 en 1900 heeft het gebouw nog dienst gedaan als kleine school voor 12 leerlingen, zo gaat het verhaal.
Afbraak
Kort na 1945 verkeerde het pand in verwaarloosde staat. In 1962 werd er geld beschikbaar gesteld voor de restauratie. Kozijnen werden vernieuwd, de kap hersteld en versterkt, en een geheel nieuwe fundering aangebracht. Er was door de jaren heen veel aan vertimmerd. De voorgevel, die nog het meest authentiek was gebleven, stond helemaal krom. Om de topgevel overeind te houden werd een nieuwe schoorsteen gemetseld in de voorkamer. In 1995 of 1996 werd het pand gesloopt in verband met de aftakking van de Wâldwei naar de A7, ondanks de status van rijksmonument. Het klaverblad dat er nu ligt kwam bovenop de locatie van het pand te liggen. Na de sloop werden de gevelsteen en de engelenkopjes eigendom van museum Opsterland.

Afbeeldingen
