
1902: Bekendmaking tegen dieverijen in Lippenhuizen
Het archiefstuk dat deze keer in de schijnwerpers staat, is een bekendmaking uit 1902. Ruim een eeuw geleden leefden arbeiders en dagloners gewoonlijk in armoedige omstandigheden. Het was een tijd van economische achteruitgang en ruim de helft van de werkzame mannen behoorde tot de dagloners en arbeiders, die vaak geen stabiel inkomen hadden. Dat leidde ertoe dat er met regelmaat diefstallen plaatsvonden. Om hier iets aan te doen werd in Lippenhuizen de ‘Vereeniging “De Veiligheid” opgericht, voluit was de naam ‘Vereeniging tot wering en ontdekking van diefstallen te Lippenhuizen’. Deze vereniging bestond vanaf 1871 tot ongeveer 1918.


Een groot aantal leden en bezit
De vereniging was waarschijnlijk te beschouwen als een soort van onderlinge verzekering tegen dieven, en dan met name voor vee, bijenkorven en andere zaken die veelvoorkomend waren op het boerenbedrijf, zoals hout. Uit het reglement van de vereniging komt naar voren dat het hun streven is om dieverijen tegen te gaan. In de negentiende eeuw waren er meer dan 50 inwoners van Lippenhuizen lid van de vereniging. In november 1885 bezaten de leden gezamenlijk 62 paarden, 255 schapen, 421 stuks rundvee, 220 zwijnen en 70 korven met bijen. In mei 1886 betrof het 161 schapen, 171 zwijnen, 85 bijenkorven en 16 geiten.
Premies tegen diefstal
De vereniging liet inwoners via de bekendmaking in oktober 1902 eveneens weten waar ze voor stonden. Ze stelden zich ten doel diefstal tegen te gaan door het uitloven van premies. Diefstal was een van de vele soorten vergrijpen die plaatsvond eind negentiende, begin twintigste eeuw. Vaak kwam dit door extreme armoede, drankmisbruik of krankzinningheid. Diefstal betrof vaak levensmiddelen of turf, maar ook wel levend vee, zoals runderen, schapen, lammeren en tamme eenden. Het stropen van dieren was ook veelvoorkomend. Vaak kwamen de dieven uit omliggende dorpen. Het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage meldt dat er in 1891 vele diefstallen van schapen, rundvee enz. plaatshad. Daarom moest de vereniging waken voor de veiligheid van personen en goederen.
Alleen voor eigen inwoners
Een voorwaarde om lid te kunnen worden van de vereniging was dat je in Lippenhuizen woonde. Voor mensen die bij de vereniging melding deden waardoor de dader strafrechtelijk kon worden vervolgd, was er een beloning beschikbaar. Degene die een dader op heterdaad betrapte bij het stelen op land dat in gebruik was bij een van de leden van deze vereniging, had recht op een beloning van 2,50 gulden. En de dader zou dan een veroordeling door de rechter tegemoet kunnen zien. Deze bedragen waren vastgelegd in een reglement.
Vergoedingen
Leden konden een vergoeding uit de kas ontvangen wanneer zij slachtoffer waren van diefstal, zodat de kosten voor de opsporing van de dief en het verlies (een beetje) gedekt werd. Als de daders van een diefstal opgespoord waren en door de rechter veroordeeld, dan werd de eigenaar van het gestolene, die ook lid moest zijn van de vereniging, gecompenseerd voor de kosten en geleden schade. Voor rundvee of paarden kreeg men ten hoogste 10 gulden, voor schapen, geiten en zwijnen ten hoogste 5 gulden en voor lammeren geboren tot oktober 2,50 gulden. De bestolene moest nauwkeurig opgave doen van wat er gestolen was en van de onkosten, waarop de vergoeding gebaseerd werd. Bij diefstallen waarvan bleek dat dit meerdere diefstallen die gelijktijdig waren gepleegd en een strooptocht was, dan werd dit beschouwd als één diefstal, en werd er maar één premie toegekend.
Een beloning aan een melder werd alleen uitgekeerd als de feiten gerechtelijk bewezen waren en de tip tot dat bewijs had geleid. Als er meerdere mensen melding maakten, dan kreeg alleen degene die het meeste bijdroeg aan de opsporing van een dief de beloning. Alleen als in een later stadium bleek dat de tip van iemand anders meer bijdroeg aan een veroordeling, kreeg deze ook een beloning. Waren er meerdere melders tegelijk die allen bijdroegen aan een veroordeling, dan moesten zij de beloning delen. Kon men het onderling niet eens worden over de verdeling van de beloning, dan besliste de vereniging tijdens een vergadering wie welk deel kreeg. Tipgevers waren verder van geheimhouding verzekerd, in ieder geval voor zolang de gerechtelijke loop van de zaak dit toeliet. Leden waren verplicht om de vereniging te informeren over het aantal vee en of dit binnen of buiten Lippenhuizen in de weide stond.




Organisatie
De vereniging hield elk jaar twee algemene vergaderingen, op de laatste zaterdag van mei en november. Het bestuur mocht zo nodig meer vergaderingen organiseren. De vereniging werd bestuurd door 7 leden, waarvan één voorzitten en één secretaris-penningsmeester. Ieder jaar op de novembervergadering moesten er twee leden aftreden. De oudste van de twee bestuursleden die het langst zitting hadden, was de president. De secretaris-penningmeester moest elke 3 jaar aftreden, maar was wel herkiesbaar.
In de rechtbank van Leeuwarden en Heerenveen kwamen met regelmaat zaken aan de orde die te maken hadden met het stelen van vee. Veel mensen die opgepakt werden wegens bedelarij of landlopen werden opgepakt en kwamen terecht in de strafgestichten van Veenhuizen. Vaak kwamen ze meerdere malen in contact met justitie.
artikelen uit het kranten archief
