
1865: Opsterlandse strijders tijdens de Slag bij Waterloo
In het archief vinden we een bijzondere brief uit 1865 tussen de Minister van Oorlog, Johan Blanken, en de burgemeester van Opsterland over een herdenking aan de oorlogsjaren 1813-1815 en dan in het bijzonder de Slag bij Waterloo, waar ook een aantal Opsterlanders in mee hadden gevochten. Het plan was om dit op 27 juni 1865 te organiseren in Leiden, 50 jaar na de gebeurtenis.


Slag bij Waterloo, 18 juni 1815.
Een van de bekendste veldslagen in de Europese geschiedenis is de Slag van Waterloo bij Mont-Saint-Jean, die uitgevochten werd 5 kilometer ten zuiden van Waterloo in het huidige België. Het Franse leger van Napoleon stond tegenover een samengesteld leger van Nederlandse, Britse, Hannoveraanse en Pruisische troepen. Dit geallieerde leger stond onder leiding van de hertog van Wellington en de Pruisische troepen werden geleid door maarschalk Blücher.
Napoleon was in 1814 al eens verbannen naar Elba, maar keerde terug naar Frankrijk in maart 1815. Daar kroonde hij zich opnieuw als keizer van Frankrijk. Engeland en Pruisen stelden grote legers samen in de Zuidelijke Nederlanden om Frankrijk binnen te vallen. Napoleon besloot ze voor te zijn. Op 14 juni 1815 stak hij de grens over bij Charleroi. Hij hoopte de legers van Wellington en Blücher te kunnen verslaan. Napoleons linkervleugel werd op 16 juni 1815 door de Nederlanders opgehouden bij de Slag bij Quatre-Bras. Ongeveer 72.000 Franse soldaten en 68.000 coalitietroepen gingen elkaar te lijf in een 8 uur lange veldslag. Na enkele strategische zetten werd het Franse leger verslagen. Napoleon werd verbannen naar het eiland Sint-Helena.
Strijders uit Opsterland
Oud-militairen uit het hele land werden uitgenodigd om de feestelijke herdenking in Leiden bij te wonen, waaronder ook enkele soldaten uit Opsterland. Uit de brief van ons archief blijkt dat er in ieder geval 7 oud-strijders voorgedragen werden om deel te nemen aan de herdenking, die men wilde organiseren van rijkswege. Het ging om de volgende personen:
- Klaas Tjeerds Bakker (1796-1870) Kortezwaag
- Sijtze Roels Krist/Crist (1793-1871) Luxwoude
- Geert Oenes Dolstra (1793–1887) Luxwoude
- Juda Arons Cohen (1796–1881) Gorredijk
- Hijlke Sijtzes Annema (1795–1868) Lippenhuizen
- Kornelis Jans Koolstra (-1865) Langezwaag
- Rein Heins van der Vliet (1793-1881) Terwispel
De oud-militairen keken met een ‘dankbaar gevoel’ naar het besluit van de koning tot het verstrekken van een ‘eereteken’. Dit ereteken werd hen toegekend voor hun militaire inzet voor het herstellen en bevestigen van Nederlands onafhankelijk ‘volksbestaan’, waarin zij een ‘merkzaam’ (belangrijk) aandeel hebben gehad. Het ereteken was een officieel Zilveren Herdenkingskruis 1813-1815. Om niemand over te slaan werd er geen onderscheid in rang en stand gemaakt. Alle militairen die in de periode vanaf de Slag bij Leipzig van 16 tot 19 oktober 1813 tot en met de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815 kwamen voor het ereteken in aanmerking.

Voorwaarden
Om deel te nemen aan de herdenking golden er enkele voorwaarden: de reiskosten moesten zelf gedragen worden en je mocht alleen komen als je ook na je diensttijd nog ‘goed burgerlijk gedrag’ had laten zien. De zedelijke handel en wandel moest nauwkeurig geverifieerd zijn. Hoewel de oudgedienden graag naar de herdenking wilden gaan, stuitten ze op enkele praktische aspecten. Afreizen naar Leiden bracht nogal wat kosten met zich mee. Deze kosten waren onder meer voor de diligence, de trein en de boot om in Leiden te komen. In het begin kwamen de aanmeldingen dan ook wat moeilijk op gang, maar toen gingen de Nederlanders hulp bieden aan de mensen om in Leiden te kunnen komen. De spoorwegmaatschappijen vervoerden de oud-militairen gratis vanaf Amsterdam en Rotterdam naar Leiden, mensen in Leiden boden gratis onderdak. Maar het stuk naar Amsterdam en Rotterdam moesten ze wel zelf betalen. Het is onduidelijk welke oud-soldaten uiteindelijk deel hebben genomen aan de festiviteiten. Wel maken we uit de correspondentie op dat Juda Arons Cohen het benodigde geld via via bijeen wist te sprokkelen.

De dag van de herdenking: 27 juni 1865, een herdenkingsfeest van nationaal belang
Een dag eerder kwamen de treinen om 18:00 vanuit Rotterdam en Amsterdam aan in Leiden. Uit alle coupéramen hingen wuivende veteranen. Als welkom klonk er een luid kanongeknal, dat ook de opening van de herdenking markeerde. De burgemeester en enkele andere notabelen heetten hen welkom samen met een erewacht van infanterie en artillerie en het ‘muziekkorps der Leidsche schutterij’. In de tuin en grote vertrekken van stations-koffiehuis ‘Zomerzorg’ van banketbakker Jacob Couvée konden ze uitrusten van de reis onder het genot van een drankje. Ze kregen een persoonlijke toegangskaart als entreebewijs voor de feestelijkheden die georganiseerd werden. Als voorproefje werd er op deze avond ook een feestelijke optocht gehouden door de stad.


De volgende ochtend om 8 uur moesten de veteranen weer paraat staan. Opnieuw klonken de kanonnen en werd het carillon bespeeld. Om 10 uur moesten ze zich verzamelen in het Invalidenhuis. Onder militair ere-escorte en muziek vertrok men naar de ‘Grote Ruïne’, een open ruimte als overblijfsel van een grote buskruitramp (op 12 januari 1807 was er een schip ontploft met 18.000 kilo buskruit die een woonwijk wegvaagde en als open ruimte overbleef). De straten waren versierd, veel oud-militairen kwamen aan in versierde rijtuigen, sommigen kwamen met banieren. Rond 11:00 kwam een rijtuig aan met prins Frederik der Nederlanden, oom van de toen heersende koning Willem III. Hij was toen de meest geliefde en immens populaire telg van Oranje, zelf ook oudgediende van de jaren 1813-1815. Hij mengde zich onder de oudgedienden. De groep verplaatste zich naar de Pieterskerk voor de plechtige bijeenkomst. Hier kwam om 13:00 een rijtuig aan met koning Willem III en zijn zoons kroonprins Willem en prins Hendrik. In de Pieterskerk werd een rede gehouden en werden de zilveren herdenkingskruizen opgespeld. Hierna volgde een laatste optocht. Ze werden toegejuicht door een groot aantal inwoners. Overal wapperden vlaggen, wimpels en banieren, er werden bloemen gestrooid. Hierna werd er nog een groot feestmaal georganiseerd. Voor veel oudgedienden, van wie veel een armoedig bestaan hadden, moet deze ervaring overweldigend zijn geweest. Onder vrolijke muziek van een militair orkest mochten de gasten zelf een plek uitzoeken aan een van de lange met bloemen versierde tafels. Op elk bord lag een gedrukte menukaart voor het zeven-gangen-diner. Hiermee kwamen de officiële feestelijkheden ten einde. In de avond werd er nog wel een groots volksfeest gehouden in de stad. Overal werden muziekuitvoeringen, toneelstukjes, goochelkunsten en acrobatiekshows gehouden. Lampionslingers en gasverlichting maakten het tot een sfeervol geheel.
Over de oudgedienden
Veel van de oudgedienden hadden een armoedig bestaan. Maar wie waren ze en waar hielden ze zich verder mee bezig? Over sommige personen kunnen we wat meer achterhalen dan anderen. Wel is duidelijk dat de meesten van hen als arbeider de kost verdienden en dat ook verklaart waarom ze moeite hadden met de reiskosten. Klaas Tjeerds Bakker, geboren in 1796, kwam uit een welgestelde familie. Om financiële redenen moest hij echter zijn medische studie stopzetten. Klaas was vrijdenker en werkte als ‘inlands kramer’ en koopman. Hij huwde op 10 april 1817 met Tjitske Ebes Blauw, net als hij uit Kortezwaag. Zij overleed op 41-jarige leeftijd in 1840. Hij trouwde later met Fokjen Rinderts van Zinderen. Zij waren de ouders van Rindert van Zinderen Bakker (1845-1927), Friese socialistische politicus en Fries schrijver.
Geert Oenes Dolstra was een van de laatste Waterlooveteranen die overleed, hij werd 94 jaar. Dolstra had een bewogen leven achter de rug. Hij overleefde een scheepsramp toen hij 9 jaar oud was. Hij maakte reizen naar Groenland, Rusland en Amerika. Tijdens de Slag bij Waterloo liep hij 5 verwondingen op. Verder nam hij deel aan de Tiendaagse Veldtocht, waar hij tegen opstandige Belgen vocht. Hij werkte nog tot op hoge leeftijd als barbier. Hoewel er in de krant van 1887 een bericht kwam te staan dat hij in armoede leefde, kwam daarop reactie dat dit geheel niet waar was. Hij werd in zijn laatste jaren gesteund door een commissie die geld inzamelde voor zijn levensonderhoud. Zo konden mensen een foto met zijn portret kopen voor een gulden.
Sijtze Roels/Roelofs Krist werd geboren in Terwispel of De Knijpe. De bronnen zijn daarover niet helemaal duidelijk. Hij was veenarbeider en trouwde op 17 februari 1820 met Saapke Gosses Heideman/van der Heide. Verdere gegevens van hem zijn onbekend. Juda/Levie Arons Cohen/Kats werd in 1796 in Gorredijk geboren. Hij trouwde met Henriette Nathans Magnus. Hij overleed in 1881 en ligt begraven op de Joodse begraafplaats bij Kortezwaag. Ook over hem zijn er weinig gegevens te vinden. Hylke Sytzes Annema uit Lippenhuizen trouwde op 15 april 1819 met Janke Wybes Plantinga uit Langezwaag. Hij was arbeider. Ook Kornelis Jans Koolstra uit Langezwaag was arbeider. Hij trouwde in 1820 met Ypkjen Jans de Jong uit Nieuwehorne. Rein Heins van der Vliet kwam oorspronkelijk uit Leeuwarden. Hij werd daar gedoopt op 29 september 1793. In 1811 woonde de familie al in Opsterland, Op 20 augustus 1818 trouwde hij met Trijntje Hendriks Penninga. Ook hij was arbeider. Opvallend is dat de brief spreekt van Hein Reins van der Vliet. Deze gegevens lijken echter niet te kloppen. Wel had Rein een zoon met deze naam.
Download onderstaand de brieven aan de oud strijders:
